Eeuwenlang raakte de schilder Michelangelo Merisi uit het stadje Caravaggio (1571-1610) in de vergetelheid. Zijn revolutionaire stijl, gekenmerkt door een schokkend realisme en scherpe tegenstelling tussen licht en donker (clair-obscur), werd slecht begrepen en nog slechter gewaardeerd door zijn tijdgenoten. Alleen Spaanse en Nederlands-Vlaamse schilders volgden hem na en brachten zo zijn manier van werken naar andere landen in Europa.
Volgens sommige kunsthistorici waren het de werken van de Nederlandse Caravaggio-navolgers in de collecties van rijke kooplieden in Utrecht en Amsterdam die Rembrandts ideeën over licht zouden hebben beïnvloed. Caravaggio was in veel opzichten een pionier. Als jonge schilder uit Lombardije werd hij in Rome ontdekt door een kunstminnende kardinaal en opgenomen in diens huishouding. Via zijn beschermheer verwierf hij zijn eerste opdrachten. Als één der weinigen koos hij zijn modellen uit tussen de mensen die hij op straat tegenkwam en schilderde hij zonder voorstudies op papier. Zijn lichtgebruik was ongekend origineel voor die tijd.
Tijdens onze wandeling bezoeken we de kerken waar Caravaggio’s werken nog altijd hangen op de plekken waar hij ze voor geschilderd heeft. Over zijn verblijf in Rome is gelukkig veel bekend uit de stadsarchieven. Vooral uit de talloze politieverslagen die de ruzies en vechtpartijen beschrijven waar de licht ontvlambare schilder in belandde. We lopen zijn carrière na, beginnend bij de drie prachtige schilderijen over het leven van de evangelist Matteüs en horen over zijn ontstuimige liefdesleven en de in moord eindigende ruzie waardoor hij hals over kop de stad moest verlaten en zijn leven niet meer zeker was. Het was het tragische einde van het Romeinse verblijf van een geniale schelm.