Wie het Sint-Pietersplein oploopt, voelt meteen dat dit een bijzondere plek is. De stenen ademen geschiedenis. De enorme obelisk in het midden stond ooit in het privécircus van keizers Caligula en Nero, waar volgens de overlevering de apostel Petrus met zijn hoofd naar beneden werd gekruisigd. Eeuwen later liet keizer Constantijn op de plek die de christenen als Petrus’ graf aanwezen de eerste, romaanse, basiliek bouwen.
Het was paus Julius II die op het hoogtepunt van de Renaissance besloot tot de bouw van de huidige Sint-Pietersbasiliek. Meer dan 120 jaar duurde het voordat de kerk in 1626 eindelijk gewijd kon worden. Vele architecten, van Bramante tot Rafaël, Michelangelo en Bernini, werkten eraan mee. Ondertussen was ook de wereld ingrijpend veranderd. Als gevolg van de Reformatie had de Rooms-Katholieke Kerk zelf ook moeten hervormen. De overdonderende, theatrale stijl van de huidige basiliek is het barokke hoogtepunt van een hernieuwd katholicisme: de triomf van de Kerk.
Binnen de Sint-Pieter vinden we vele prachtige kunstwerken: de marmeren Pietà van Michelangelo, het bronzen baldakijn van Bernini boven het hoofdaltaar waar alleen de paus de mis mag celebreren, en het dynamische monument van de Cathedra in de apsis van de basiliek. Een explosie van gouden stralen en engelen zoals alleen Bernini die kan ontwerpen. Indien mogelijk, dalen we af in de crypte onder de basiliek om even dichtbij het vermeende graf van Petrus te staan en de grafmonumenten van vele pausen te bewonderen.
Tijdens de rondleiding is er veel aandacht voor verhalen over pausen van vroeger en nu. We zien de opgebaarde heilige hervormer Johannes XXIII en het eenvoudige graf van Benedictus XVI, de Duitse paus die geschiedenis schreef door af te treden. De geest van Franciscus is zeker aanwezig, ook al koos hij ervoor om niet in de Sint-Pieter te worden bijgezet.