Italië en het populistische experiment

Sinds juni 2018 heeft Italië als eerste land in Europa een regering bestaande uit twee "populistische" partijen. De Vijfsterrenbeweging van Luigi Di Maio (die de rol van politiek leider heeft overgenomen van oprichter Beppe Grillo) en de Lega van Matteo Salvini zijn er na maandenlang chaotisch onderhandelen in geslaagd om een regeerakkoord te sluiten. Of liever, zoals zij het noemen, een contract voor een "regering van de verandering." Voor een "republiek van de burgers," om in de retoriek van Di Maio te blijven, met een "advocaat van het volk" aan het hoofd. De nieuwe premier, hoogleraar privaatrecht Giuseppe Conte, op de foto tussen Di Maio links en Salvini rechts, was bij zijn aantreden voor veel Italianen een totale onbekende.

Bij de verkiezingen van 4 maart 2018 hebben de Italiaanse kiezers duidelijk hun stem laten horen. De progressieve Partito Democratico van de eens zo veel belovende ex-premier Matteo Renzi leed een gevoelige nederlaag. Binnen de centrumrechtse coalitie tussen Lega, Berlusconi en een kleine ultrarechtse partij  moest de oude vos Silvio het leiderschap afstaan aan zijn jongere partner Salvini. Die vervolgens met de Vijfsterrenbeweging in zee ging. Het lijkt het begin van een nieuw tijdperk en van een nieuwe generatie aan de macht.

De verwachtingen in Italië zijn hoog gespannen. Brussel, de ECB en de rest van Europa kijken met argusogen toe. Wat kunnen we gaan beleven met deze regering die belastingverlaging en een basisinkomen belooft maar worstelt met een enorme staatsschuld?