Italië en het populistische experiment, deel 2

Slechts 14 maanden heeft het eerste populistische experiment in Europa geduurd. In juni 2018 onderschreven de Vijfsterrenbeweging van politiek leider Luigi Di Maio en de Lega van Matteo Salvini een "contract" om samen te gaan regeren. Scheidsrechter in dit moeizame samenwerkingsverband was de buitenstaander Giuseppe Conte, een tot dan toe vrijwel onbekende hoogleraar privaatrecht.

Matteo Salvini bleek een buitengewoon getalenteerd demagoog. Als minister van binnenlandse zaken voerde hij een ware kruistocht (publiekelijk zwaaiend met crucifixen en rozenkransen) tegen illegale immigranten en tegen de NGO's die hen naar Italië willen brengen. Het leverde hem een ongekende populariteit op. De sterke nationalistische en anti-EU-lijn van Salvini deed de meer vloeibare en onervaren Vijfsterrenbeweging verbleken en vooral, sterk dalen in de peilingen.

Dronken van het succes trok Salvini begin augustus 2019 de stekker uit de regering en eiste verkiezingen. Maar die kreeg hij niet. President Mattarella ging op zoek naar een nieuwe meerderheid in het in maart 2018 gekozen parlement en vond die.

En toen gebeurde wat velen voor onmogelijk hadden gehouden. De aartsvijanden Vijfsterrenbeweging en Partito Democratico bereikten een akkoord. Zodat het populistische experiment 2.0 kon beginnen: de postideologische (ex-)anti-establishment-beweging die regeert met de centrumlinkse, eerder roze dan rode, Democratische Partij van leider Nicola Zingaretti. Van moddergooien en elkaar dagelijks zwart maken naar samenwerken en hervormen. Italië moet een Smart Nation worden, zegt premier Conte. Jawel, de kleurloze advocaat heeft nu de allure van een waar staatsman en zal opnieuw de samenwerking managen. De Europese Commissie (zelf ook ververst onder Ursula von der Leyen en met nu de Italiaanse oud-premier Paolo Gentiloni als eurocommissaris van Economie) ziet het goedkeurend aan. Italië, zo is het geluid, telt weer helemaal mee in Europa. Het populistisch monster is getemd. Of niet?